De komende weken hebben we het Anker (thema) Winter waarbij als basis het boek "kikker in de Kou`` van Max Velthuijs wordt gebruikt.
Samenvatting: Als kikker op een morgen in de winter wakker wordt, kigt er buiten sneeuw en het water in de vijver is bevroren. Eend komt aanschaatsen en vraagt of kikker ook mee gaat schaatsen. Kikker mag de schaatsen van eend lenen, maar hij valt en heeft het heel koud.
Als hij varkentje tegenkomt, zegt die dat koud weer juist zo fijn is en ook haas vindt het heerlijk buiten. Maar kikker bibbert van de kou, want hij heeftv geen warme speklaag of een vacht. Hij gaat in huis zitten bij de warme kachel. Maar als na een tijdje het hot op is, moet hij toch naar buiten om hout te zoeken. Hioj verdwaalt en valt uitgeput in de sneeuw. Gelukkig vinden zijn vrienden hem.
Bekijk het digitale prentenboek en lees mee. Klik op deze link: watch
| ster (basis verhaal) | maan (basis activiteiten) | zon (uitbreiding) |
| arm (zielig) | aandachtig | dik onder de sneeuw |
| blij | bedroefd | doven |
| dapper | bevroren | dwarrelen |
| de eend | de beweging | kop op |
| glad | bibberen | naakt |
| de haas | breien | onderuitgaan |
| de kikker | dagenlang | strompelen |
| de kou | delen | het verenpak |
| mompelen | doodgevroren | de verwondering |
| nieuwsgierig | fris | de vreugde |
| om hem heen | geschrokken | een zetje |
| het plezier | gezond | |
| het varken | grauw | |
| het ijs (op water) | heldergroen | |
| zielig | de kachel | |
| languit | ||
| mei | ||
| de moed | ||
| de oever | ||
| opstoken (de kachel) | ||
| de schaats | ||
| schaatsen | ||
| de sjaal | ||
| de sneeuwbal | ||
| de sneeuwvlok | ||
| somber | ||
| de speklaag | ||
| de sport | ||
| stralend | ||
| tevreden | ||
| toekijken | ||
| uitgeput | ||
| de vacht | ||
| het vel | ||
| verwennen | ||
| het voorjaar | ||
| de wereld (omgeving) | ||
| de winterlucht | ||
| wollen (de wol) | ||
liedjes die we zingen:
er was er eens een mannetje dat was niet wijs.... en.... er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot, maar daar beperken we ons toch maar tot het eerste couplet.
Er was er eens een mannetje dat was niet wijs
Er was er eens een mannetje dat was niet wijs, hij bouwde zijn huisje op het ijs
Maar toen ging het dooien en niet vriezen, toen moest het mannetje zijn huisje verliezen
Oh, oh, oh, dwars door het ijs, want dat mannetje dat was niet wijs
Er zaten zeven kikkertjes
Er zaten zeven kikkertjes
Al in een boerensloot
De sloot die was bevroren
De kikkertjes half dood
Ze kwekten niet, ze kwakten niet
Van honger en verdriet
Er zaten zeven kikkertjes
Al in een boerensloot
De jongste, die een wijsneus was
Zei tot zijn kameraads
Die malle nachtegalen
Wat hebben zij een praats
Was eerst het ijs maar in de dooi
Wij zongen net zo mooi
De jongste, die een wijsneus was
Zei tot zijn kameraads
De milde lieve lente kwam
Zij kwaakten d'oude wijs
Als zij dat zingen noemen
Wens ik ze weer in't ijs
Ik geef die kikkers allemaal
Voor ene nachtegaal
De milde lieve lente kwam
Aij kwaakten d'oude wijs

www.explania.com/nl/kanalen/hobby/detail/hoe-vouw-je-een-springende-kikker

