Ritseldans en notentaart

Deze week (27 oktober) zijn we begonnen met het tweede Anker van dit schooljaar. De titel is "Ritseldans en Notentaart"

.
 

Jaargetijde Herfst:

Korte inhoud van het ankerverhaal:
Op een herfstachtige dag ziet Vos dat Beer 's middags nog in bed ligt, omdat het weer zo slecht is. De vrienden van Beer  - Vos, Ree en Uil - bedenken een plannetje om Beer te laten zien dat herfst ook leuk kan zijn. Met een list krijgen ze beer zijn bed uit. Ree bedenkt een ritseldans voor Beer en daarna volgt een wedstrijd vruchten en noten zoeken. Beer ontdektdat er nog geen tijd is om in bed te gaan liggen: eerst moet maar een wintervoorraad aangelegd worden. De volgende dag staat Beer vroeg op en bakt een heerlijke taart voor zijn vrienden.

 

Pompom heeft van zijn oma een pakje gekregen via de post, met een brief erbij. Die brief staat hieronder.
In het pakje zat een warme sjaal, want het wordt al kouder buiten.

Lieve Pompom

 

Zoals je ziet heb ik een sjaal voor je gemaakt.
De zomer is voorbij.
De herfst is begonnen en dan wordt het kouder buiten.
Soms waait het hard
Dan moet je ervoor zorgen dat je warm genoeg aangekleed bent.
Een sjaal kun je dan vast wel gebruiken.
Vind jij de herfst ook zo mooi?
Ik wandel in de herfst graag door het bos.
De bladeren zijn dan mooi gekleurd.
En er liggen over eikels en kastanjes.
En weet je wat ik ook heel mooi vind?
De Paddenstoelen.
Er zijn er zoveel verschillende.
Ronde bolletjes of een rood hoedje met witte stipprn, of
geel met bruine puntjes.
Als je deze maand op bezoek komt maken we samen
Een herfstwandeling. Net zoals je met meester Aad en zijn
kinderen gedaan hebt en waarvan ik de foto's op internet heb gezien.

Tot snel.

Dag lieve Pompom

Je oma

 Ook hebben we al een schoen met een versleten zool bekeken.

 

 

en dan nu nog de woorden van het ankerverhaal

 

sterwoorden (minimum) maanwoorden (basis) zonwoorden (plus)
     
zich aankleden aanbellen  zich aanstellen
het bed  de appelmoes  de bosbessen
de bel  de bes  de bramen
het blad (bladeren)  het deeg  ergens van opknappen
het bos  gieten  de hazelnoot
ergens zin in hebben  glinsteren  kneden
fluiten  haast hebben  knipperen
geweldig  de kan  meetrekken
het gordijn  knipperen  noten kraken
de hap  de noot  oehoe
de herfst  de oven  de open plek (bos)
de mand  de pannenkoek  opvrolijken
mopperen  persen  de ree
opstaan (uit bed)  de prijs  het sap
de paddenstoel  rijp  schenken
plukken  rinkelen  de (taart)vorm
de ree  ritselen  een voorraad aanleggen
regenen  roeren  zwieren
de soep  de stip  
stoppen  tafel dekken  
de taart  de trommel  
de uil  de verrassing  
voorbij (afgelopen)  de voorraad  
de vos  de vrucht  
waaien  de wandeling  
de wed strijd  de winnaar  
winnen  de winterslaap  
   het zonlicht